Traumatherapie helpt bij het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen. Tegelijkertijd groeit de discussie over hoe ver zo’n behandeling mag gaan. Vooral bij hoog-intensieve traumatherapie voor PTSS gebeurt dit steeds vaker. Wanneer helpt het echt, en wanneer slaat het door?
Hoog-intensieve traumatherapie onder een vergrootglas
Hoog-intensieve traumatherapie draait om snelle verwerking door directe confrontatie. In exposuresessies komen cliënten bewust in situaties die lijken op hun trauma. Dat gebeurt in korte tijd en vaak meerdere keren achter elkaar.
De belofte is duidelijk: cliënten ervaren snel resultaat en een sterke afname van hun klachten. Toch is er ook twijfel over deze methode. Verschillende deskundigen maken zich namelijk zorgen over de intensiteit ervan. Zij zien dat deze manier van werken iemand ook kan overspoelen, juist doordat herinneringen en emoties zo direct worden opgeroepen.
Wanneer gaat traumatherapie te ver?
Ervaringen van oud-cliënten laten zien dat de therapie soms anders voelt dan vooraf verwacht wordt. Zo beschrijven sommigen situaties waarin ze in kleine ruimtes werden geplaatst of houdingen aannamen die hun trauma nabootsen. Ook het gebruik van attributen zoals nepwapens komt terug in hun verhalen.
Volgens experts ligt hier een gevoelig punt, omdat het erg lijkt op het oorspronkelijke trauma. Op het moment dat iemand aangeeft te willen stoppen en de sessie toch doorgaat, vervaagt er een grens. Wat bedoeld is als therapie, kan dan sterk gaan lijken op de oorspronkelijke ervaring. Dan is het de vraag waar de grens precies ligt tussen een helpende confrontatie en te ver gaan.

Intensieve traumatherapie: effecten op klachten en vertrouwen
Therapeuten die cliënten na deze behandelingen zien, herkennen een patroon. Klachten nemen in sommige gevallen zelfs toe. Angst en spanning blijven niet alleen aanwezig, maar voelen soms zelfs sterker. Daarnaast speelt er nog iets anders. Het vertrouwen in hulpverlening krijgt een knauw.
Sommige mensen twijfelen om opnieuw hulp te zoeken, juist doordat eerdere ervaringen zo intens waren. Dat kan het herstel in de weg staan. De behandeling wordt door een deel van de cliënten zelfs als onpersoonlijk en gehaast ervaren. De vaste werkwijze biedt weinig ruimte voor eigen tempo van de cliënt, terwijl dat bij traumaverwerking juist erg belangrijk is.
Werkt intensieve traumatherapie echt?
Psytrec deelt hoge slagingspercentages. Veel cliënten ervaren minder klachten en een groot deel krijgt na afloop geen PTSS-diagnose meer. Toch plaatsen deskundigen hier vraagtekens bij. Zij wijzen erop dat vergelijkend onderzoek ontbreekt. Zonder die vergelijking blijft het lastig om echt te bepalen hoe effectief de behandeling is.
Ook zorgverzekeraars geven aan dat er weinig duidelijkheid is over resultaten binnen de GGZ. Voor cliënten maakt dat het moeilijker om goed te kiezen wat bij hen past.

Zorgvuldigheid als uitgangspunt
Binnen elke behandeling hoort de grens van de cliënt centraal te staan. Geeft iemand aan te willen stoppen, dan stopt de behandeling. Dat is niet alleen belangrijk, maar ook verplicht. Traumatherapie vraagt om meer balans. Confrontatie kan helpen, maar alleen als er voldoende veiligheid en ruimte is. Zonder die basis kan een behandeling juist extra spanning opleveren.
Twijfel je over traumatherapie of vraag je je af wat bij jou past? Een behandeling hoort veilig te voelen en aan te sluiten bij jouw tempo. Samen kijken we naar wat voor jou werkt, met aandacht voor jouw grenzen. Wil je hier meer over weten? Neem gerust contact met ons op voor een gratis kennismakingsgesprek.
Bronnen:
[1] YouTube. (n.d.). Video met ID IjIwx7BTpOE [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=IjIwx7BTpOE
[2] YouTube. (n.d.). Video met ID 8gs44vsTnig [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=8gs44vsTnig

