Beginnen je knieën te knikken en breekt het zweet je uit bij het zien van een spin? Of misschien krijg je al de rillingen bij de gedachte aan het achtpotige dier? Angst voor spinnen komt vaak voor. Maar soms is deze angst zo intens en hevig dat het je dagelijks leven gaat beheersen. Dan kan er sprake zijn van een spinnenfobie, ook wel arachnofobie genoemd. Gelukkig is deze angst te overwinnen. In dit artikel bespreken we wat arachnofobie precies is, waar het vandaan komt en wat je hieraan kan doen.
Wat is arachnofobie?
Arachnofobie is een intense, irrationele en oncontroleerbare angst voor spinnen. Het is een specifieke fobie en behoort tot de angststoornissen. Hierbij ben je bang voor specifieke objecten of situaties, zoals hoogtes, kleine en gesloten ruimtes, slangen en in dit geval spinnen. Wanneer je wordt geconfronteerd met een spin ervaar je allerlei fysieke sensaties, zoals hartkloppingen, zweten, een versnelde ademhaling, duizeligheid en buikpijn. Ook het denken aan en praten over spinnen roepen dit soort reacties op.
Veel mensen houden niet van spinnen. Bovendien lijken spinnen meer angst en afkeer te veroorzaken dan andere insecten. In een studie kregen psychologiestudenten foto’s te zien van spinnen en andere geleedpotigen, zoals bijen, wespen, kevers en motten. [1] Zij beoordeelden spinnen als enger, walgelijker en gevaarlijker.

Waarom zijn we bang voor spinnen?
Angst is een normale en natuurlijke reactie op potentieel gevaar. Het waarschuwt je en bereidt je lichaam voor om in actie te komen. In Nederland lopen alleen geen levensgevaarlijke spinnen rond en is de angst voor deze dieren irrationeel. Spinnen zijn juist nuttige dieren die ons ecosysteem in evenwicht houden. Ze voeden zich met andere insecten, terwijl ze zelf ook dienen als voedsel voor andere dieren. Waarom er zoveel mensen bang zijn voor spinnen is nog niet helemaal duidelijk.
Een veelgenoemde theorie is dat de angst voor spinnen is aangeboren. [2] In de oertijd leefde de mens in gebieden waar giftige spinnen voorkwamen en de angst hiervoor vergrootte de kans op overleving. Het vermoeden is dat deze angst, of de aanleg voor het snel en gemakkelijk aanleren van deze angstreactie, in onze genen is vastgelegd. Dit kan verklaren waarom spinnenangst zo vaak voorkomt, de angst zich snel ontwikkeld en niet zomaar verdwijnt.
Daarnaast kan arachnofobie het gevolg zijn van een negatieve of traumatische ervaring uit het verleden, vaak de kindertijd. Van de ervaring zelf heb je misschien geen actieve herinnering meer, maar de reactie op de spin is wel opgeslagen in je geheugen. Ook kan je angstreactie aangeleerd zijn doordat een ouder vroeger angstig reageerde op het zien van een spin. De angst voor spinnen heb je als kind overgenomen.
Afkeer speelt ook een rol
Met hun dikke lijf, acht lange poten en donkere kleuren zoals zwart of grijsbruin, is de fysieke verschijning van een spin niet bepaald aantrekkelijk te noemen. Naast angst roepen spinnen ook afkeer of walging op, wat eveneens een rol lijkt te spelen in het ontstaan van een spinnenfobie. [2]
Walging is ontstaan om ons te beschermen tegen het binnenkrijgen van schadelijke stoffen. Vroeger werden spinnen geassocieerd met verspreiding van ziekte en werden deze dieren vermeden uit angst voor besmetting. [3] Zo is de gedachte dat tijdens de middeleeuwen spinnen werden gezien als bron van ziekte, omdat de oorzaak van de pest onbekend was. [4]

Wanneer is angst voor spinnen een fobie?
Niet iedereen die bang is voor spinnen is een arachnofoob. Bij arachnofobie gaat het om een extreme en intense angst die al 6 maanden of langer aanwezig is. De angst kan erg heftig voelen en plotseling optreden waardoor het op een paniekaanval lijkt. Vanwege deze angst ga je situaties vermijden. Je blijft weg uit ruimtes waar een spin zit of heeft gezeten, je mijdt plekken waar je spinnen kunt tegenkomen (tropische landen of bosrijke gebieden) en je controleert voortdurend je omgeving.
Het vermijdingsgedrag kan steeds obsessiever worden en je leven overnemen. Je bent constant alert, je piekert veel, slaapt slecht en je hebt moeite met concentreren. Daarbij weet je zelf ook wel dat je angst overdreven en ongegrond is, wat gevoelens van schaamte oproept. Dit beïnvloedt het dagelijks functioneren, je werk en je sociale leven, wat extra stress geeft en je angst versterkt.
Welke behandelingen zijn geschikt bij arachnofobie?
Een spinnenfobie heeft vaak een grote impact op je leven. Gelukkig valt het goed te behandelen met cognitieve gedragstherapie en exposuretherapie.
Cognitieve gedragstherapie (CGT) focust zich op de negatieve gedachtenpatronen die het vermijdingsgedrag in stand houden. Je leert deze irrationele overtuigingen herkennen en ombuigen naar realistische ideeën over spinnen. Je denkt bijvoorbeeld: ‘Help, deze spin gaat mij aanvallen!’. Deze gedachte ga je vervolgens uitdagen en veranderen in: ‘Deze spin is veel te klein om mij iets aan te doen.’ Het veranderen van deze gedachten heeft een positief effect op je gedrag. Met ontspanningsoefeningen krijg je de spanning die je daarbij ervaart onder controle.
Bij exposuretherapie word je onder begeleiding stapje voor stapje blootgesteld aan je angst. Dit wordt ook gecombineerd met verschillende ontspanningstechnieken. Je begint met de situatie waar je het minst bang voor bent (het denken aan een spin) en werkt toe naar de situatie die bij jou de meeste angst opwekt (het aanraken van een spin). Je gaat alleen een stapje verder als je daar klaar voor bent. Door de confrontatie met een spin steeds aan te gaan terwijl je ontspannen bent, dooft je angst uit.

Als je angst is ontstaan door een traumatische ervaring in het verleden kan EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) worden ingezet om deze ervaring te verwerken.
Meer weten over EMDR-therapie? Lees dan dit artikel.
Hulp nodig? Laat je niet meer leiden door angst
Je spinnenfobie onder ogen komen klinkt heel angstaanjagend, maar het is zeker mogelijk om eroverheen te komen. Daarbij geeft het je meer vrijheid, zeker als deze angst je dagelijks leven erg belemmert. Denk bijvoorbeeld aan een prachtige vakantie naar een tropische bestemming die je al jaren wilt maken.
Onze online psychologen staan voor je klaar om samen te kijken hoe je het patroon van angst en vermijding kan doorbreken. Hierbij worden bijvoorbeeld oefeningen gegeven om te ontspannen en om jezelf stapje voor stapje bloot te stellen aan je angst. Is online therapie iets voor jou? Neem contact met ons op via onderstaand formulier.
Veelgestelde vragen over arachnofobie:
Hoe vaak komt arachnofobie voor?
Veel mensen zijn bang voor spinnen, maar een echte spinnenfobie komt minder vaak voor. Wel is het de meest voorkomende dierenfobie. Over het algemeen komt arachnofobie bij 2,7% tot 6,1% van de bevolking voor en komt het vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. [2] En dat terwijl slechts 0,5% van alle spinsoorten in de wereld een potentiële bedreiging vormt voor mensen. [2]
Hoe ontstaat arachnofobie?
De theorie luidt dat angst voor spinnen aangeboren is of dat we in ieder geval aanleg hebben om deze angst gemakkelijk aan te leren. Daarnaast kan een traumatische ervaring uit je verleden of het overnemen van de angst van iemand uit je omgeving tijdens je kindertijd ervoor zorgen dat je arachnofobie ontwikkelt.
Kan een spinnenfobie vanzelf overgaan?
In de meeste gevallen, zeker bij volwassenen, gaat een spinnenfobie niet vanzelf over. Ook niet door spinnen en plekken waar spinnen zitten te vermijden. Vermijdingsgedrag versterkt de angst juist. Het beste is om samen met een therapeut deze angst stap voor stap aan te gaan met behulp van cognitieve gedragstherapie en exposuretherapie. Bij een van onze online psychologen kan je snel terecht voor een behandelplan op maat.
Bronnen:
[1] Gerdes, A. B., Uhl, G., & Alpers, G. W. (2009). Spiders are special: fear and disgust evoked by pictures of arthropods. Evolution and Human Behavior, 30(1), 66-73.
[2] Landová, E., Janovcová, M., Štolhoferová, I., Rádlová, S., Frýdlová, P., Sedláčková, K., & Frynta, D. (2021). Specificity of spiders among fear-and disgust-eliciting arthropods: Spiders are special, but phobics not so much. PloS one, 16(9), e0257726.
[3] Lorenz, A. R., Libarkin, J. C., & Ording, G. J. (2014). Disgust in response to some arthropods aligns with disgust provoked by pathogens. Global Ecology and Conservation, 2, 248-254.
[4] Landová, E., Štolhoferová, I., Vobrubová, B., Polák, J., Sedláčková, K., Janovcová, M., … & Frynta, D. (2023). Attentional, emotional, and behavioral response toward spiders, scorpions, crabs, and snakes provides no evidence for generalized fear between spiders and scorpions. Scientific Reports, 13(1), 20972.

